RIO – Pepe doet verslag – 4

transpa6

  • Over vallen, opstaan en doorgaan

Vanuit Nederlands perspectief een geanimeerd verslag over de wederwaardigheden tijdens de Olympische Spelen 2016 in Rio (Brazilië).

 

Nog een bladzijde…

one more page.png

  • De verbeelding beschikt over alles

‘One More Page’ is een korte animatie over wat verbeelding hebben betekent bij het lezen. We volgen Holly en haar verbeelding als ze haar boek van buitengewone avonturen ’s avonds leest.

Stil even, ik zing

monniken.png

Je hoeft vocaal niets te kunnen om bij dit koor te horen, als je timing maar goed is.

 

Een kus die niet het hart raakt, verveelt slechts

love.jpeg.png

  • Valentijn

Valentijnsdag. Voor de Romeinen ooit een belangrijk feest. Volgens het verhaal werden de namen van ongehuwde jonge vrouwen in een grote kom gegooid. Ongehuwde mannen mochten dan beurtelings een naam trekken. Tijdens het daarop volgende feest van anonieme liefde waren de twee jonge mensen die zo aan elkaar gekoppeld werden elkaars partner.

In de Verenigde Staten begon men met het verleggen van de nadruk van anonieme naar echte liefde.

Zo evolueerde Valentijn door de jaren heen van anonieme naar geheime of verborgen minnaar.

Valentijn is – als de meeste van zijn liefdes – een beetje dwaas en – vooral – lustig nieuwsgierig. Echte liefde echter, vraagt de kunst van volhouden, elkaar beschermen, aanraken en begroeten.

De werkelijke held ben jij

Joseph Campbell legde met “De held met de duizend gezichten” de basis voor de Reis van de Held, de “Monomythe”. Matthew Winkler op zijn beurt heeft daar een animatie van nog geen 5 minuten van gemaakt.

En wat doet gewone mensen gemeen hebben met onze literaire helden? Matthew neemt jou stap-voor-stap door de cruciale gebeurtenissen die een held maken of breken.

De Reis van de Held. Hoe je deze reis kunt herkennen in boeken en hoe je hem zelf kun terugzien – of boeken – in je eigen leven, dat vertelt Matthew jou.

Veel kijkplezier!

Eenzaamheid is een stille storm die al onze takken afbreekt

Hartendief / Dief van Harten gaat over een eenzame vrouw die bezoek krijgt van een goochelaar en wordt meegenomen naar een wereld van liefde en magie, maar niet alles is wat het lijkt .

Een korte animatie gemaakt door 2 jaar animatie studenten HKU Hogeschool voor de Kunsten Utrecht in een tijdspanne van 5 maanden.

Huiswaarts

  • Tomorrow’s such a long time, Bob Dylan, vertaald door Ernst Jansz

als vandaag niet een eindeloze weg was
en vannacht een zee van maneschijn
als morgen niet eindeloos ver weg was
zou de eenzaamheid wellicht te dragen zijn

en alleen maar als mijn lief op mij zou wachten
en ik weer zacht haar hart kon horen slaan
zoals zij naast mij neerlag in de nachten
alleen dan zou ik huiswaarts gaan

een vreemd gezicht weerspiegelt in het water
waar een vreemde stem geen woord spreekt van verdriet herken ik evenmin de echo van mijn voetstap
en herinner mij de klank van mijn naam niet

en alleen maar als mijn lief op mij zou wachten
en ik weer zacht haar hart kon horen slaan
zoals zij naast mij neerlag in de nachten
alleen dan zou ik huiswaarts gaan

er is schoonheid in het zilverstromend water
in de gouden stralen van de morgenstond
maar niets ter wereld heeft mij ooit meer bewogen
dan de schoonheid die ik in haar ogen vond

en alleen maar als mijn lief op mij zou wachten
en ik weer zacht haar hart kon horen slaan
zoals zij naast mij neerlag in de nachten
alleen dan zou ik huiswaarts gaan

ja alleen maar als zij daar op mij zou wachten
en ik weer zacht haar hart kon horen slaan
zoals zij naast mij neerlag in de nachten
alleen dan zou ik weer huiswaarts gaan

De Overkant

hier loop ik door dit mooie land
mijn schoenen in het stof
waar eens mijn vader liep
zo neemt hij mij weer bij de hand
langs bloemen in een hof
waar ooit een meisje riep:
‘o zoetelief, waar ga je heen’
langs velden groen gewas
naar de rivier
springen wij van steen tot steen
en als ik ooit onschuldig was
dan was ik het nu hier

de maan schijnt in het water
krokodil ligt stil
vertrouw hem niet
als je over wil

met eigen ogen, roodomrand,
zie ik hier het kind
dat eens mijn vader was
de vreemdeling en bloedverwant
die ik tenslotte vind
over de waterplas
hij drukte in dit vreemde land
zijn voeten in het stof
toen al op weg naar mij
en zo, voorgoed zijn hart verpand
aan bloemen in een hof
ging hij ze toch voorbij

hij ging op weg naar het verre land
zij zwaaide hem vaarwel
maar omzien deed hij niet
veroordeeld tot de overkant
zij had een zwak gestel
en kwijnde van verdriet
en in den vreemde woedde brand
hij stond er middenin
en werd een oorlogsheld
maar minachting en misverstand
hebben hem, nadien,
tenslotte ook geveld

de maan schijnt in het water
krokodil ligt stil
vertrouw hem niet
als je over wil

nu loop ik door dit mooie land
mijn schoenen in het stof
waar eens mijn vader liep
zo neemt hij mij weer bij de hand
langs bloemen in een hof
waar ooit een meisje riep:
‘o zoetelief, waar ga je heen’
dit dierbaarste bezit
hier onder zon en maan
de onschuld laten wij, alleen,
een klein figuur in wit
daar aan de oever staan

de maan schijnt in het water
krokodil ligt stil
vertrouw hem niet
als je over wil

havenplaat_klein

Toen ik in 1984 voor het eerst een reis maakte naar Indonesië, het geboorteland van mijn vader, hoopte ik er het paradijs te vinden.

In dat opzicht echter was de reis ontnuchterend. Ten eerste was er de onverdraaglijke hitte. Ten tweede was ik bang om, zo niet bestolen, dan toch afgezet te worden en bovendien bleek men van privacy, iets waar ik juist na mijn Doe Maar avontuur behoefte aan had, nog nooit gehoord te hebben.

Voortdurend achtervolgd door hordes roepende kruiers, kooplieden en kinderen, trokken mijn vriendin en ik door Java.

In Jakarta schreef ik: ‘De Jalan Cikini is lang, heet en stoffig. Verkeer raast langs. Het zweet loopt in straaltjes langs mijn voorhoofd.’ Niks geen paradijs.

Toch was het daar, in de straat waar hij opgroeide, dat ik voor het eerst weer een glimp opving van mijn vader, die al twintig jaar dood was en ik was, opnieuw, geschokt.

Ik schreef: ‘Hoe is het mogelijk, pappa, dat je hier gelopen hebt, hier langs de Cikinilaan, arm in arm met Titi en dat je toen alleen, helemaal alleen, naar Holland bent gegaan, terwijl je daar niemand kende. En je liet Titi achter, want eens zou je terugkomen. Maar ze stierf. Van verdriet, zei de familie. En nu loop ik hier met mijn Anna en er is niemand die ik ken. Ik kom als een vreemde in een vreemd land, vijftig jaar nadat jij het verliet. Ik loop als een vreemde door een vreemde straat, waar jij, jarenlang, elke dag je bruine voeten in het stof gedrukt hebt.’

Ik heb een lied geschreven. Het gaat over de reis naar de overkant. En wat wij achterlaten op de oever.

Luna Luna mijn

Luna Luna mijn

het leven is een bootje
je vaart ermee naar zee
Luna Luna Luna mijn

het is een lange weg
maar de stroom die neemt je mee
Luna Luna Luna mijn

er zullen stormen zijn
tegenslag en pijn
en angst voor wat er komen zal
maar er zullen altijd weer ontelbaar mooie dingen zijn
Luna Luna Luna mijn

eenmaal op zee
zal ik altijd naast je zijn
Luna Luna Luna mijn

ik zal er zijn
in de zilveren maneschijn
Luna Luna Luna mijn

er kunnen stormen zijn
tegenslag en pijn
en angst voor wat er komen zal
maar er zullen altijd weer ontelbaar mooie dingen zijn
Luna Luna Luna mijn
Luna Luna Luna mijn