DE SCHOONHEID LIGT IN HET AANVAARDEN

de KUNSTLOBBY, 27 november 2011
undefined
“Alles heeft z’n schoonheid alleen ziet niet iedereen dat altijd.” Confucius, Chinees filosoof (551 v.C. – 479 v.C.)

Wie op vakantie naar Florence gaat, zal in zijn reisgids ongetwijfeld iets over het syndroom van Stendhal lezen – de zenuwtoeval die de Franse schrijver kreeg toen hij bevangen raakte door de artistieke schoonheid waar in die stad geen ontkomen aan is. Met een glimlach zal de reiziger denken dat het zo’n vaart wel niet zal lopen. Een paar uur later echter, aangenomen dat hij de aanblik van de onvolprezen Dom redelijk heeft doorstaan, bevindt hij zich in het Uffizi-museum en betreedt, al enigszins onvast op zijn benen, de zalen 10 tot en met 14, oftewel de gevreesde zaal van Botticelli, waar hij oog in oog met Geboorte van Venus komt te staan. In onmacht zal hij neerzijgen en zich afvragen wat de betekenis hiervan is, niet alleen van dit ene werk, maar ook van de adembenemende, serene schilderijen die hem in deze zaal omringen – wat de betekenis is van pure Schoonheid. En dan weet hij nog niet eens dat Leonardo da Vinci hem in de volgende zaal opwacht.

De Engelse filosoof Roger Scruton doet in zijn boek ‘Schoonheid’ een poging licht te werpen op wat ons op zulke momenten raakt. Schoonheid, betoogt hij, is geen eigenschap van een object, maar een ervaring. Die schoonheidservaring definiëren is lastig, maar er valt wel het een en ander over te zeggen.

De kunstenaar heeft inspiratie nodig om een kunstwerk te kunnen realiseren. Wat de kunstenaar drijft tot het scheppen van zijn werk verschilt natuurlijk van individu tot individu. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat kunstenaars hun inspiratie halen uit reflectie op zichzelf of op de wereld om hen heen. Reflectie kan een diepe, filosofische gedachtegang zijn, maar ook oprechte verbazing en verwondering. Kleurgebruik, compositie en materiaalkeuze komen daarbij niet toevallig samen. Ze zijn een keuze die samenhangt met het beeld dat de kunstenaar op de wereld en/of op zichzelf heeft.

Schoonheid is een ervaring. Een gevoel dat een object inboezemt, maar dat wil niet zeggen dat het oordeel erover (‘Dit schilderij is mooier dan dat schilderij’) louter een kwestie van subjectieve voorkeur is. Het esthetisch oordeel gaat over het object, niet over de gevoelens van het subject.

Wat is mooi, wat is lelijk? Daarover verschillen de meningen – ieder z’n eigen smaak nietwaar. Ideeën over schoonheid veranderen ook: wat tien jaar geleden ‘in’ was, kan nu echt niet meer – maar over vijf jaar misschien juist weer wél. Een schoonheidsideaal dat door de eeuwen heen populair is gebleven, is dat van de klassieke oudheid: het voorbeeld van de Grieken en Romeinen. Je vind het in kunst en vormgeving op allerlei manieren terug .

Schoonheid is een centraal begrip in het spreken over kunst. Wanneer we een kunstwerk bewonderen zeggen we dat we het mooi vinden. Weinig kunstenaars echter willen alleen maar esthetisch mooie dingen maken. In die betekenis wordt schoonheid meestal als een eigenschap van minder belang beschouwd.

Voor de goede orde: verwacht u van mij geen verklaring van hetgeen onder het begrip „schoonheid” verstaan moet worden. Want ik – wij – weten het niet. Waarom er geen vast begrip voor „wat schoon is” gevonden kan worden? Omdat schoonheid een aandoening is, die door een ieder anders wordt ondergaan. Omdat schoonheid onderhevig is aan het bevattingsvermogen en aan de smaak van elk individu afzonderlijk. Wat de Chinees „schoon” noemt, dat noemt de Europeaan „lelijk”. Wat mijn vader schoon vond, dat vind ik lelijk. Die pokdalige man met zijn koperroden neus: wij vinden hem lelijk, Rembrandt vond hem goddelijk én schoon.

Schoonheid is zeer elastisch. Men kan haar uitrekken En dat heeft men dan ook altijd gedaan wanneer men met een kunstwerk geen uitweg wist, doordat het buiten het bereik van ons begrip lag. Men rekte de schoonheid dan zo ver op, dat ook dat kunstwerk binnen haar bereik kwam. Ondanks de vele begrippen die over „schoonheid”, door verschillende esthetici ontwikkeld zijn, weten wij het niet en zullen wij het nooit weten. Gewoon, omdat er geen vast begrip, geen vaste maatstaf voor „schoon” is bestaat. En daarom kunnen we naar de schoonheid de kunst niet beoordelen.

Voor mij is de schoonheid van de kunst de gestolde waarneming en verwerking van de werkelijkheid. Waarneming is voor mij niet alleen kijken, ruiken, voelen, kortom al het zintuiglijke, maar ook de idee die je aangereikt krijgt. Met de verwerking bedoel ik dat je een relatie aangaat met dat wat je waarneemt. Het komt erop neer dat je jezelf een aantal vragen stelt; wat doet het me, wordt ik getroost, ben ik bang, wat vind ik van de idee, ben ik het ermee eens of voel ik me aangevallen. Zo bezien is de ervaring van schoonheid de bepaalde manier van je verhouden met de werkelijkheid. Het kunstwerk als een gestolde toestand waarmee anderen worden uitgenodigd om deelgenoot te worden van een verhouding tot de werkelijkheid en zelf een verhouding met het werk en dat wat er achterligt aan te gaan.

Deze verhouding is een complexe zaak omdat kunst, zoals Frans Aerts schrijft in ’De dictatuur van het simplisme’, zaken situeert in een breder kader. En daarin schuilt naar mijn overtuiging ook de schoonheid van ware kunst: het is niet alleen een zaak van de kunstenaar, maar even zo goed van de toeschouwer. De toeschouwer bepaalt zelf ‘wat een kunstwerk voorstelt’. In de aanvaarding daarvan ligt de schoonheid. Juist daarom is het zaak dat u zelf de moeite neemt om stil te staan en – wellicht – stil te worden bij het werk van de kunstenaars. Zij hebben de wereld iets te vertellen en zij stellen zich daarbij kwetsbaar op. Zij laten het onuitspreekbare van zichzelf zien. Het is aan u de schoonheid van dat onuitspreekbare te ontdekken en – naar eigen inzicht en waardering – te aanvaarden.

Advertenties

zeggen wat onzegbaar is

de KUNSTLOBBY, 30 augustus 2008

unspeakeble

– Als de wereld begrijpelijk was, zou er geen kunst zijn (Camus) –

We gaan er zomaar van uit dat zoiets als ‘kunst’ bestaat en dat we dus een eenduidig antwoord kunnen op de vraag wat kunst is. Daarbij hebben wij kunst gedefinieerd als iets belangrijks, en dus van waarde. Maar, wat is kunst? Verwacht geen eenduidig antwoord op de vraag. Zoveel zielen, zoveel meningen. Het uiteindelijke antwoord verschilt van persoon tot persoon.

In feite is kunst een taalhandeling van de kunstenaar, bedoeld om uitdrukking te geven aan een bewering, een stelling. Beoogt zij te binden, te verontrusten, te eren en te ontroeren. Zo bezien is kunst zingeving. Hetzij in het perspectief van de geschiedenis of juist in het persoonlijke genieten. Daarom ook heeft kunst een sociale functie. Bij kunst hoort praten en discussiëren, delen en uitwisselen van ervaringen, meningen en opvattingen.

In het Engels zit art ook in artificial en dat lijkt weer op “aard”. Kunst is een gave; zegt iets over de aard van de maker zowel als van de aanschouwer. En de gebruikte kunstvorm, de ‘taal’ van de kunstenaar of kunstenares het voertuig om de ideeën bij anderen te brengen. Die dingen te zeggen die je voelt en denkt. Wanneer een kunstenaar gewoon zichzelf is en laat zien wie hij is, zonder iedereen naar de pijpen te dansen, blijkt dat daar de uniciteit in terug te vinden is waarnaar elk mens zoekt.

Bij kunst gaat het vaak om “mooi” of om “knap gemaakt”. Maar feitelijk biedt kunst een ervaring. Waarbij zowel de maker als de aanschouwer iets denkt of voelt. Bij kunst gaat het feitelijk niet om het kunstobject zelf, maar om de ervaring ervan, en dat wat die ervaring mogelijk maakt. Deze analyse kan zowel rationeel als gevoelsmatig zijn. Ik maak daarin geen onderscheid. Welke ervaringen dat zoal zijn? Ik noem er een aantal:
→ ontzag
→ ontroering
→ enthousiasme
→ waardering
→ rust
→ bedachtzaamheid
→ inspiratie

Duidelijk is dat de zintuigen op de proef worden gesteld. En dat is de functie van kunst: zij is bedoeld als zinnenprikkelend.

Soms onthouden wij een beeld door de daaraan verbonden associatie; een emotie of een geur bijvoorbeeld. Als ik spreek van een prachtig lavendelveld dan vormt ieder van ons zich welhaast als vanzelf het beeld van een uitgestekt paars bloemenveld en prikkelt de geur van lavendel als het ware al de neusvleugels, terwijl er in geen velden of wegen lavendel aanwezig kan zijn. Ook het auditieve geheugen reageert sterk op emoties en beelden die wij in ons geheugen hebben opgeslagen. Zo herken ik, nog voor de intro daadwerkelijk is gespeeld, uit duizenden de eerste tonen van ‘Hotel California’ van de Eagles. Het was dat liedje dat uit de luidsprekers knalde toen ik mijn levensliefde leerde kennen.

Er is geen sterkere visuele prikkel dan kleur. Kleur structureert en organiseert het kunstwerk en versterkt haar accenten. Dat kan een schaduwlijn zijn, of een contrasterende kleur. Kleur intensiveert de boodschap. In zijn eenvoud of juist in zijn uitbundigheid. Bij ieder stuk opnieuw is de kunstenaar op zoek naar een krachtig en helder beeld, dat tegelijkertijd een zekere tijdloosheid heeft. Zonder letterlijk te zijn, maakt de kunstenaar hierbij gebruik van het associatieve karakter van kleur. Of, zoals Cézanne het ooit eens zei: “Ik wilde de natuur kopiëren, maar kon het niet. Tot ik ontdekte dat je de zon enkel kan weergeven met kleur.” Kleur versterkt de boodschap van de schepper. Het helpt iets betekenis te geven, waardoor het beter te onthouden is.

Iedere kunstenaar heeft zijn eigen techniek. Steeds zijn compositie, kleurenleer en beeldelementen, zoals structuur, lijn vorm lichtval en schaduwwerking belangrijk. Een beeldend kunstwerk toont ons een beeld, een aanzicht. Je kunt zonder veel kennis zeggen wat voor uiterlijk het kunstwerk heeft. Heeft het kunstwerk bijvoorbeeld een stenen vorm of een plat vlak met daarop kleuren of lijnen? Soms blijft het daarbij, een vlak met kleuren of een vorm, meer kun je er niet van zeggen. Maar vaak herken je iets in het geheel van kleuren of vormen; een mens, een landschap of een gebouw bijvoorbeeld. Bij het ene kunstwerk is dit heel duidelijk, bij het andere weer niet. Een mooi kunstwerk is niet noodzakelijk aangenaam of natuurgetrouw. Het belangrijkste is dat een kunstwerk karaktervol is en met grote zeggingskracht de toeschouwer aanspreekt. Het is een bezield werk.

Men zegt wel eens: “Kunst zegt meer dan duizend woorden”. Dat is zo, ja, maar men gaat er dan wel vanuit dat een kunstwerk een opvatting is, die in woorden kan worden vervat. Maar ware kunst vertelt eigenlijk veel meer dan wat in woorden uitgedrukt kan worden. Het is juist waar woorden ophouden, dat kunst om de hoek komt kijken. De taal van kunst, in de vorm van tekeningen, schilderijen, metaforen en andere ‘artistieke’ uitingen, biedt mogelijkheden die in de ‘formele’ taal niet, of heel beperkt waarneembaar en uitspreekbaar zijn, en dan nog alleen voor een goed verstaander. Ervaring in het hier en nu, met haar emoties, angsten en dromen, is een realiteit die zonder metaforen en kunst nooit gedeeld zou kunnen worden, laat staan bewust zelf beleefd. Vandaar hier een pleidooi om wel woorden te gebruiken, en door te gaan met dingen te verklaren en te begrijpen, maar met het behoud van de rijkdom de kunst daaraan toevoegt.

De kunstenaar creëert kunst. Hij of zij geeft gestalte aan …
→ zijn bezieling
→ zijn inspiratie
→ zijn grote gevoeligheid voor inwendige en uitwendige prikkels
→ zijn groot ontroeringvermogen
→ zijn interesse in natuur, cultuur, religie en maatschappij
Het is de gave van een kunstenaar verbeelding te geven aan dat wat onzegbaar is. En zo de sleutel aan te reiken tot het daaraan geven van vertaling. Kunst en kunstenaar zijn geen orakels die pasklare antwoorden geven. Zij zetten mensen aan tot denken, voelen en weten, veroorzaken oplettendheid: ‘Hé, wat is hier aan de hand?’ Of: ‘Hè, da’s interessant, zo had ik het nog nooit gezien’. Kunst zet zintuigen, associaties, fantasie en verbeeldingskracht op scherp en doet gevestigde betekenissen loslaten of geeft ze nadere invulling.

Daarom zeg ik tegen de aanschouwers van kunst: hoor, zie en proef wat onzegbaar is.

Het onmogelijke mogelijk maken

• de Kunstlobby, 1 september 2007
vrije gedachten

• Luister naar uw dromen, negeer ze niet

Dromen doen we allemaal…. Voor veel mensen bieden dromen houvast in het leven… dromen bevatten boodschappen en opdrachten… dromen verbeelden diepe verlangens van mensen – jong en oud – door de eeuwen heen. Dromen kunnen inspireren, voorspellen, het ondenkbare mogelijk maken, dromen over liefde en vrede, verlangen naar een betere wereld… Luister dus naar uw dromen, negeer ze niet. Ze helpen zin en verbeelding te geven aan het leven; en onze beleving daarvan.
Kunst heeft betrekking op de grens tussen dromen, fantaseren en verbeelden. Niets is mooier dan je dromen te verbeelden en in je verbeelding weg te dromen. Zo komen dromen uit. En de kunstenaar heeft, of hij wil of niet, de drang met die verbeelding naar buiten te treden.

Er zijn veel voorbeelden van de creatieve en scheppende kracht van dromen: Einstein zei dat een doorbraak in zijn relativiteitstheorie hem in een droom verscheen. De schrijfster J.K. Rowling staarde uit een treinraampje toen het idee, de verhaallijn en de personages van Harry Potter in haar op kwamen. Van Salvador Dali is bekend dat veel van zijn schilderijen zijn geïnspireerd door dromen. En de song ‘Yesterday’ van de Beatles kwam voort uit een droom van Paul McCartney. Hij was er in eerste instantie van overtuigd dat het een song moest zijn die hij ergens eerder had gehoord; zo kant-en-klaar was de melodie in zijn droom te horen.

Voor sommige kunstenaars zijn hun dromen ondergeschikt aan hun kunst. Zij zijn niet zo zeer geïnteresseerd in de betekenis van hun dromen, maar zijn vooral gericht op het door de droom opgeroepen beeld. Hoe gekker of interessanter de droombeelden zijn, hoe leuker het wordt. De droom is dan vooral bron voor hun kunst en als een zelfstandig fenomeen voor hen van ondergeschikt belang.

Veel kunstenaars komen er op een bepaald moment aan toe van een droom een tekening, een portret of een vorm te maken. Dat heeft misschien te maken met het feit dat ‘dromen’ soms accenten onthullen die tot dan toe verborgen bleven. Of met het feit dat dromen het onmogelijke mogelijk maken, waardoor de verbeelding ervan een meer voor de hand liggende keus is.

Dromen en kunst: ze laten ons toe de dingen anders te bekijken, het accent te verleggen. Prof. Marc van den Bossche van de Vrije Universiteit Brussel (Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen) rekt dit inzicht een beetje op: “Kunst laat de dingen kijken. De dingen kijken naar ons. Ze voelen ons. Onze aanraking is hun aanraking van ons. Kunst kan een anders denken, een anders be-denken, van de dingen tot stand brengen.”

Kunst kent vele gezichten. Elk met een eigen verschijningsvorm. De ene keer is het een in pentekening gehulde gedroomde herinnering. De andere keer is het een nieuwe accenten onthullend portret. Of is het de gefantaseerde droomvorm van keramiek. Welk van de gezichten de kunst ook toont, u beschouwt ze niet. Ze tonen zich zelf. Zo slaan zij een brug tussen de persoonlijke opvatting van de kunstenaar en die van de toeschouwer.

een portemonnee kan net zo goed een verhalenbundel zijn

• de kunstlobby, 24 februari 2007
Wallet
Volgens een indiaans gezegde moet je eerst drie manen in iemands mocassins lopen voordat je iemand beoordeelt. Zoveel geduld oefenen wij – u én ik – in de regel niet.

U kent mij niet, summier of beter. Maar vanaf het moment dat u uw aandacht op mij gericht heeft, heeft u zich een beeld van mij gevormd. Of zoekt u bevestiging van het beeld dat u al van mij heeft. Wellicht heeft u ook al een mening over mij. Abstract of heel geprononceerd. In de loop van deze bijeenkomst kan het beeld dat u van mij heeft bijgesteld worden. De sfeer van deze bijeenkomst, mijn bijdrage daaraan, uw perceptie daarvan, zij dragen bij aan het beeld dat u per saldo van mij overhoudt.

Het beeld dat u zich van mij vormt kán overeenkomen met mijn zelfbeeld. Vaker echter verschilt het sterk daarvan. Volgens mijn C.V. zult u mij ervaren als een authentiek leider: energiek en daadkrachtig. Een op zijn opdracht betrokken persoonlijkheid; iemand die duidelijk en direct communiceert, verbindingen weet te leggen en mensen mee kan krijgen in het pragmatisch aanpakken van kansen. Iemand die zich laat inspireren door zijn omgeving. Iemand met passie, sociaal vaardig, analytisch scherp, creatief en enthousiasmerend en een vlotte hand van schrijven.

Feitelijk echter ben ik een wat verlegen, wellicht zelfs kopschuwe persoonlijkheid. Op een bepaalde manier trots op het feit dat ik een tentoonstelling als deze mag openen. En tegelijkertijd verschrikkelijk benauwd dat ik het er niet goed van af zal brengen. Ziet u dat?

Maar hoe ik ook naar mijzelf kijk, welk zelfbeeld ik ook heb, mijn omgeving ziet steeds iets of iemand anders! Wat en wie mijn omgeving ziet, wordt bepaald door de rol, de verhouding tot elkaar, de omstandigheden, de plaats, de tijd, de omgeving en de sfeer. Zo beschouwd ben ik een veelkoppige persoonlijkheid!

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet! U kent het ongetwijfeld, het spelletje, waarbij een voorwerp moet worden geraden, dat een van de spelers in gedachten heeft. Het enige kenmerk dat hij geeft is de kleur. De overige deelnemers mogen dan om de beurt raden wat het zou kunnen zijn. Degene die de vraag heeft gesteld, antwoordt alleen met “ja” of “nee”. Wordt het voorwerp geraden, dan is de rader aan de beurt de vraag te stellen.

Een serieuze variant op dit spelletje is de SIRE-campagne die aandacht vraagt voor seksueel misbruik, huiselijk geweld, een tirannieke ouder, kinderprostitutie, etc. Om Nederland de ogen te openen voor de grootschaligheid van kinderleed lanceerde SIRE de campagne ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’. Om mensen de ogen te openen en daadwerkelijk te laten kijken naar hun omgeving. En dat zij over dat wat zij zien met elkaar praten en dat iedereen bij zichzelf gaat bedenken of dat wat hij ziet wel kan; óf dat hij of zij er wat aan moet doen.

Kunstwerken zijn een soortgelijke uitnodiging. Zij doen een beroep op de éigen inbeeldingkracht van de aanschouwer. Vragen verder te gaan dan te kijken is! En, als je dat doet, zult u ontdekken dat een portemonnee net zo goed een verhalenbundel kan zijn!

Wat een verbeelding!

• de kunstlobby, 18 februari 2006
Verbeelding
“Wat een verbeelding!” Kent u die uitdrukking? “Wat een verbeelding”. We drukken er onze bewondering of onze prikkeling mee uit. Bewondering, als wij van mening zijn dat iets of iemand op geweldige wijze een gevoel, een gedachte, een fantasie of een voorstelling kan verbeelden. Prikkeling, als wij van mening zijn dat iemand zich wel erg uit de hoogte, arrogant gedraagt.

Kunst verbroedert. Ook hier. Want verbeelding is een belangrijke bron van inspiratie. Het lef om te verbeelden, vraagt een zekere lust tot prikkeling, arrogantie. Zó verenigt de kunstenaar beide betekenissen in zijn uitingen. Uitingen, die vaak worden omschreven als ongehoord persoonlijk, verrassend ontwapenend, behoorlijk onverwachts, redelijk pikant of ongehoord brutaal. Zoals de spottekeningen over de profeet Mohammed in de Deense krant Jyllands-Posten. Kunstenaar zijn heeft iets te maken met creativiteit, met verbeelding, met inspiratie, met je eigen cultuur. Mensen zijn divers, veelkleurig. Kunst en cultuur zijn daarom per definitie divers, pluriform, zijn een weerspiegeling van de samenleving zoals die is en zich ontwikkelt.

Kennis nemen van kunst en cultuur is kennis nemen van de samenleving. Van scheppende kunstenaars, die met hun inspiratie, hun levenshouding, hun mens- en maatschappijbeeld, hun religieuze of humanistische levensovertuiging woorden, krijtstrepen, vormen, penseelstreken aan het papier, doek of materie prijsgeven. Op hún wijze, vanuit hún visie. Dat hoef je niet allemaal mooi te vinden! Ook daarin kunnen mensen positie kiezen, een keuze maken, subjectief beleven wat mooi is en een waardering geven – dus een beoordeling maken op basis van aangehangen waarden. De beleving van kunst en cultuur is daarbij persoonlijk verschillend; kan en mag ook onderscheidend zijn. Dat is niet erg of abnormaal. Hoedt u voor de kunst die iedereen mooi moet vinden!

Ook politici – en ik mag dat zeggen – hebben verbeelding. In beider betekenis. Zij verbeelden in hun visie de eigen opvattingen over hoe de maatschappij er uit zou moeten zien. En zij doen dat met een aplomb, een arrogantie, alsof het de énige en juiste waarheid is. Maar de echte politicus toont zich een waar kunstenaar! Hij of zij daagt met zíjn visie, zíjn opvatting de ander uit.

Houdt anderen een spiegel voor: zó denk ik er over. Dáárom, en hiervoor! In de wetenschap, dat de ander het nooit helemaal met hem of haar eens zal zijn. Er zijn of haar opvatting tegenover zal stellen. En zo ontstaan coalities!

Kunst is als de politieke stromingen: divers! En gelukkig is het land, dat ruimte laat aan kunstenaars om hun cultuuruitingen in vrijheid te beoefenen, zonder overheidsinmenging. Dat is pas echt eng als kunst en cultuur verworden tot staatscultuur. Goed dus, dat er in onze samenleving ruimte is voor kunstenaars die zich geïnspireerd weten! En jammer, dat de discussie over de spotprenten van Mohammed gaat over het beledigende karakter ervan, en niet over de daaraan ten grondslag liggende emotie: angst en verontrusting!

Onze verbeeldingskracht is een vermogen dat zich aan een bindende definitie onttrekt, want haar eigenschappen zijn duidelijk immaterieel. Met behulp daarvan kunnen wij alle mogelijke activiteiten en bestaansvormen bedenken en scheppen. Charles Robert Darwin (Shrews Charles Robert Darwin, (Shrewsbury, Shropshire, Engeland, 12 februari 1809 – Downe, Kent, Engeland, 19 april 1882) verklaarde in The Descent of Man dat ‘De verbeeldingskracht een van de grootste voorrechten is van de mens. Door dit vermogen verenigt hij vroegere beelden en ideeën, onafhankelijk van de wil, en schept zodoende schitterende en nieuwe resultaten’ (uitg. 1896, blz. 74).

Kunst kan als een stormram beuken op deuren van heilige huisjes of een brug proberen te bouwen. Zij kan emotioneren, verdedigen en vertalen. De moord op Theo van Gogh heeft veel verontwaardiging en verontrusting opgeroepen. De daaropvolgende aanslagen op islamitische scholen en moskeeën zijn even afschuwelijk. Deze gebeurtenissen laten pijnlijk duidelijk zien dat het meer dan ooit noodzakelijk is de dialoog aan te gaan. Het hebben en geven van verbeelding helpt hierbij! De vensters van DE KUNSTLOBBY zijns als spiegels voor de bezoekers. Zij vragen om het innemen van positie. En, zoals een bekend gezegde luidt: de verbeelding heeft meer ontdekkingen gedaan dan de ogen!

het belang van kunst voor onze cultuur

• de kunstlobby, 21 mei 2005
ruimte
“De betekenis van de wetenschap is waarheid; de betekenis van de kunst daarentegen is plezier,” aldus Gotthold Ephraim Lessing, Duits toneelschrijver en – theoreticus (1729 – 1781).

Kunst is te onderscheiden in (combinaties van) de beeldende kunst, theaterkunst, muziek, literatuur en film en TV, al dan niet gebruik makend va multimediale of computertechnieken. Daarnaast heb je ook nog de toegepaste kunsten, zoals grafisch ontwerpen, industrieel ontwerpen, mode en architectuur.

Een cultuur (of subcultuur) is – volgens mij – het complex van zienswijzen, denkwijzen en gewoontes van een bepaalde groep van mensen. De groep kan worden bepaald door geografische grenzen, leeftijdsgrenzen, sociaal/maatschappelijke grenzen en waarschijnlijk nog vele andere aspecten.

Een kunstwerk wordt onder andere bepaald door de plaats en tijd waarin een kunstenaar opgroeit. Met andere woorden: de kunst wordt bepaald door de cultuur. De kunstvormen hebben door de eeuwen heen de zienswijzen en denkwijzen van de mens in zijn tijd uitgedrukt. Zo kan de kunst een signaalfunctie hebben met betrekking tot misstanden in de wereld. Of dienen als een verslag van of reactie op een gebeurtenis. De uiting van de kunstenaar is zijn of haar vertaling van de beleving van het betreffende moment.

De kunst dient als een motor voor veranderingen in de ziens- en denkwijzen van de mens! In een kunstwerk worden gevoelens of ideeën weergegeven. “De schepping van een kunstenaar is en blijft een expressie van menselijkheid, een emotionele reflectie over zichzelf en de wereld, een esthetisch geformuleerde spontaniteit,” schreef Anna Blaman (eigenlijk: Johanna Petronella Vrugt, Nederlands letterkundige (1905 – 1960) ooit. Daarbij hoeft een kunstenaar geen gebruik te maken van penseel of potlood.

Sommige ideeën zijn waarschijnlijk beter uit te drukken met een materie als klei, hout of steen. Of met film, via de muziek of met woorden. Kunst levert een bijdrage op het gebied van het kijken, het registreren en het communiceren, en dan vooral door ervaringen die aangrijpen op je gevoel, meer dan op het verstand. Kunst houdt zich bezig met sensualiteit, actie, schoonheid, en gevoel.

Vergeleken met de invloed van de godsdienst, de wetenschap/techniek of een natuur of menselijke ramp, is de invloed van kunst op het denken en doen van de mensen wellicht gering. De wereld verander je niet of slechts heel geleidelijk door te schilderen en te tekenen. Maar de betekenis van kunst ontstaat daar, waar de beschouwer (de lezer, de kijker, de luisteraar) verbanden moet leggen tussen wat hij weet en wat hij niet weet. Kunst zet je aan het denken. Over de betekenis van het kunstwerk. Over de verhouding tussen het werk en aanschouwer. Over hoe het werk en aanschouwer zich tot elkaar verhouden. Wat betekent de betekenis die ik in het kunstwerk lees voor mij? Hoe verhoud ik me tot wat het werk mij zegt? Verandert het werk mijn verhouding tot mijn omgeving? Zie ik de wereld anders, nu het werk er staat? Verandert het werk mij? Door stelling te nemen ten opzichte van zijn omgeving, provoceert de kunst de passant hetzelfde te doen. De voorbijganger wordt beschouwer. Met Walter Benjamin in gedachten: “verstrooiing wordt aandacht”. Zo creëert kunst ruimte. Ruimte voor ontmoeting van mensen, van opvattingen. En ruimte creëert relatie!

de werkelijkheid der dingen is in ons besef ervan!

• de kunstlobby, 10 juli 2004
imagination
“De werkelijkheid der dingen is in ons besef ervan!” (Lodewijk van Deyssel (1864-1952) Nederlands auteur, pseudoniem van K.J.L. Alberdingh Thym).

Kunst ontstaat in de buik, groeit in het hart en krijgt vorm in het hoofd. Drie elementen, libido, liefde en logica, zijn bepalend voor het scheppen van kunst. Het zijn elementaire kwaliteiten van de mens, in steeds wisselende sterkten en combinaties, die ten grondslag liggen aan de kunstproductie. Dat is anders dan in wetenschap en religie, waarbij ten minste één van deze kwaliteiten ongebruikt wordt gelaten. Terwijl religie voor gelovigen een antwoord geeft op levensvragen en wetenschap in ieder geval streeft naar de beantwoording van de vraag hoe wij en de wereld in elkaar steken, houdt de kunst zich slechts bezig met het stellen van vragen. Zoals de schrijver Ben Okri, winnaar van de Booker Prize 1991, het formuleert: “Een kunstenaar is een dromer, een onruststoker, een vragensteller.”

Kunst is in wezen een poging tot het vullen van een leegte, een tekort, zoals veel van onze creatieve activiteiten. Kunst is een poging om vast te leggen wat niet vast te leggen valt: de werkelijkheid, wat dat ook moge zijn. Daarom is een kunstwerk ook een poging tot benadering, waarbij het proces van totstandkoming even belangrijk is als het resultaat.

De aanleiding voor het scheppen van kunst is de drift iets te maken dat nog geen vorm heeft. Een gevoel van onrust, inspiratie zo men wil, dat wordt gevoed door een tekort, soms concreet, soms vaag. Er kan een concrete aanleiding zijn, maar soms wordt ze pas duidelijk wanneer het scheppingsproces is afgerond, soms in het geheel niet. Al doende ontstaat affiniteit met het idee dat emotionele contouren krijgt. Dat is het moment dat het idee vorm krijgt; dat het emotionele en het rationele in elkaar overgaan, zonder dat één van beide overheerst.

Een kunstwerk wordt gemaakt van beelden, kleuren, woorden of klanken die ook in de gewone dagelijkse communicatie worden gebruikt. Veelal worden die middelen rationeel aangewend.

In een gedicht worden op zichzelf meestal rationele woorden zodanig gecombineerd dat beelden, klanken, ritmen en woorden een eindproduct veroorzaken dat nieuw is, een eigen betekenis krijgt, een ding in zichzelf wordt. De gebruikte woorden krijgen daardoor een andere lading dan in de dagelijkse communicatie. Een dergelijk effect is alleen te bereiken door alle elementen die voor het scheppen van een kunstwerk nodig zijn – libido, liefde en logica – tegelijkertijd in te zetten. Deze elementen zijn afhankelijk van de persoonlijkheid van de kunstenaar. Het is de unieke mix van de drie elementen die het scheppingsproces van een kunstwerk karakteriseert.

Religie geeft, althans pretendeert dat, een definitief antwoord op onze vragen te geven. De menselijke twijfel wordt vervangen door het woord van God. Dit staat haaks op de twijfel van de kunstenaar.

De werkelijkheid der dingen is in ons besef ervan! Als je met een kunstwerk wordt geconfronteerd, is de eerste reactie meestal een gevoelsmatige (“Ik word er …. van”, “Ik zou wel ….”, “Het lijkt op ….”). Deze reactie wordt behalve door het kunstwerk zelf ook bepaald door eigenschappen (karakter, voorkennis) van jezelf. Soms zul je het bij die reactie laten en er meteen een waardering aan koppelen, maar je kunt het kunstwerk ook verder gaan bestuderen. In het proces van bestuderen van het kunstwerk is er dan steeds sprake van opnieuw beleven. Je doet kennis op door analyse van het kunstwerk en door onderzoek van achtergrond-informatie. Als je met die toegenomen kennis wederom het kunstwerk beschouwt, is er sprake van opnieuw beleven, maar nu door een ‘veranderde’ beschouwer (met meer voorkennis).

Kunstenaars maken kunst. Ik ben – eerst en vooral – politicus. Politiek is – als het goed is, zeg ik veiligheidshalve – gebouwd op visie, maar kan nooit voorbij gaan aan de feiten. Dat ligt voor de kunst anders. Een kunstenaar – vooral een moderne kunstenaar – kan de werkelijkheid compleet op zijn kop zetten. Hij kan een heel eigen werkelijkheid construeren en als die overtuigend genoeg is, worden anderen daarin meegenomen naar nieuwe ervaringen. En naar nieuwe inzichten. En van nieuwe inzichten kunnen wij allemaal – en wellicht politici in het bijzonder – profiteren.